Forest management

0
609

Vandaag maakten we kennis met de bosbouwmachines. In de ochtend deden we dit aan de hand van simulators. In de middag gingen we naar het bos, waar we de machines aan het werk konden zien. De simulator is een software die men aansluit op een tv scherm, maar de bediening van de machines is net hetzelfde zoals in de werkelijkheid. De prijs van de simulator met drie schermen bedraagt maar liefst €100.000. Sommige simulators waren ook voorzien van een virtualrealitybril. De leerlingen moeten een bepaald percentage halen, vooraleer ze mogen werken met een echte machine. Dit percentage wordt bepaald op snelheid en correctheid. Nadat we een uurtje geëxperimenteerd hadden met de simulators, mochten we aan de slag met de echte machines, weliswaar de miniatuurversies ervan. 

Na de middag gingen we richting het bos, waar we de forwarder en de harvester aan het werk konden zien. Onze begeleider wist ons te vertellen dat de harvester (foto 1) maar liefst 20 ton weegt. De totale prijs van die harvester bedraagt €400.000 tot €500.000, afhankelijk van het aantal opties. Een voorbeeld van zo’n optie is bijvoorbeeld dat de machine de bomen kan aanstippen met verf, dit is gemakkelijk voor de persoon die de stammen moet komen ophalen. De harvester kwam net terug van het bos, want het seizoen loopt op zijn einde. Vanaf augustus gaan de machines terug naar het bos. De andere harvester (foto 3), is een veel kleiner model. De prijs van die machine is ”maar” €150.000. Dit bedrag komt bijna overeen met dat van de duurste simulator… Deze harvester wordt vooral gebruikt om de bossen uit te dunnen, door bossen uit te dunnen kunnen de bomen groter en breder worden. Tot slot zagen we ook nog een forwarder aan het werk (foto 5). Deze machine moet de afgezaagde bomen uit het bos transporteren. 

Terwijl we in het bos aanwezig waren, vertelde onze leerkracht, Alvar ons enkele belangrijke zaken over het bos. Hij vertelde ons over de letterzetterkever/ Ips typographus, deze kever mineert onder de bast van de sparren. De kever maakt een hoofdgang, op het einde van een zijgang, legt ze eitjes voor de volgende generatie. Dit komt vooral bij de sparren voor, omdat die bomen een zeer dunne bast hebben en dus makkelijk doordringbaar zijn (foto 1). De schors van de berken is soms gespleten, doordat water bevriest tussen de schors. Men laat ook de dode bomen dikwijls in het bos staan, omdat die ervoor zorgen dat de andere bomen niet worden aangetast. Enkel de letterzetter verspreidt zich wel van boom tot boom. Het bos dat je kan zien op de foto’s is aangeplant door de Russen en is 60 jaar oud. De bossen bestaan voornamelijk uit: Picea, Pinus, Betula & Alnus. De bossen liggen vaak in veengebieden, dit betekent dat de ondergrond zacht is en dat men de zijtakken van de bomen gebruikt om de bossen toegankelijk te maken voor de zware machines. Tot slot vertelde de leerkracht ons ook nog dat de bomen in Estland gemiddeld zo’n 33 meter lang zijn, in het oosten en zuiden van Europa is dit 45 meter. Het klimaat zorgt dat de bomen minder snel groeien, maar het voordeel hiervan is dat het hout harder is. 

We sloten de dag af met de voetbalmatch Italië – Engeland.

Geef een reactie