

Op dinsdag 1 april hebben we met de volledige groep gewandeld in het Endla looduskaitseala keskus, een natuurgebied van ongeveer 10.000 hectare, waarvan verschillende delen uit beschermde natuur bestaan. We bezochten dit onder begeleiding van twee gidsen. Op de bovenstaande afbeelding vindt u een kaart van het domein met data die aangeven wanneer bepaalde gebieden niet toegankelijk zijn.

We vertrokken langs een weerstation waar al meer dan 100 jaar de weersomstandigheden worden gemeten. Bijzonder aan deze plaats is dat men er ook de grondwaterstand meet om te zien hoeveel deze stijgt of daalt. Daarna liepen we langs een grote vijver van ongeveer 2 meter diep, ontstaan door het smelten na de ijstijd.


In het tweede deel van de wandeling liepen we over houten planken door een veen- en moerasgebied, waar we vanaf een uitkijktoren een uitzonderlijk uitzicht hadden. Hier stonden bomen in de vorm van een bonsai; kleine bomen die tot wel 150 jaar oud kunnen zijn maar amper groeien doordat de bodem te zuur en te nat is. Doordat de bodem te zuur is, kan de plant weinig tot geen nutriënten opnemen.


Dit was een veengebied waar men vroeger turf oogstte. Turf werd destijds geperst in blokken en gebruikt om te verwarmen. Momenteel wordt turf vaak gebruikt in de tuinbouwsector. Een turf laag bestaat uit half gefermenteerde plantenresten. Door de aanwezigheid van veel water is er een gebrek aan zuurstof om het fermentatieproces te bevorderen. De turf laag groeit erg traag, met maximaal 1 millimeter per jaar.


In het veengebied zijn er plassen water die tot 3 meter diep kunnen zijn. Dit water is zeer zuiver en drinkbaar. Het ziet er geelachtig uit en bevat geen mineralen. Veengebieden zijn van groot belang voor de opslag van water en worden daarom vaak beschermd.
Beplanting:
Sphagnum riparium:


Dit is een veenmos soort die heel veel water op neemt en soort van spons is. Het mos kan heel erg oud zijn maar dit zie je niet doordat de plant langs onder aan de wortel afsterft maar tegelijk langs boven blijft groeien. Hierdoor licht deze plant vaak aan de basis van veenvorming.
Eriophorum:

Dit is een plant die graag groeit op natte gronden. Het heeft een zachte bloem waarna deze witte pluisjes krijgen vandaar de Nederlandse naam: katoengras/ wollegras.
Lycopodium clavatum:

Alsook vonden we de Lycopodium clavatum of grote wolfsklauw terug. Dit is een oeroud plantje die altijd groen blijft. Deze vonden we vooral terug in de naaldbossen. Deze plantensoort vermeerderd zich via sporen.
Daphne mezereum:

dit is het enige giftige plantje dat we tegen kwamen in het Nederlands noemt deze plant het rood peperboompje. De plant heeft een opvallende roze bloem waaraan je hem kan herkennen.


